Woordenschat

Wat leert uw kind bij woordenschat?

Woordenschat heeft betrekking op het leren van nieuwe woorden en begrippen. De meeste van deze woorden leren kinderen in de thuissituatie of op straat. Denk maar eens aan het feit dat uw kind al 3000 woorden spreekt voordat hij / zij naar het basisonderwijs gaan. Uw kind leert de meeste nieuwe woorden (en de betekenis daarvan) in incidentele situaties. Dat betekent dat uw kind niet een woordenboek gaat doornemen om nieuwe woorden te leren. Maar dat hij / zij in situaties terecht komt waar hij / zij tegen nieuwe woorden aanloopt en daar de betekenis nog niet van weet.  In het onderwijs zijn er wel bewuste momenten waarom uw kind nieuwe woorden leert.

Uw kind leert verschillende nieuwe woorden door de jaren heen:

  • nieuwe zelfstandige naamwoorden.
  • nieuwe uitdrukkingen (bijvoorbeeld: Ze niet allemaal goed op een rijtje hebben. Daarmee wordt bedoeld dat iemand niet goed nagedacht heeft over de dingen die hij doet. Of Hij staat voor aap. Daarmee wordt bedoeld dat iemand zich in het openbaar belachelijk maakt.)
  • nieuwe spreekwoorden (bijvoorbeeld: De appel valt niet ver van de boom. Daarmee wordt bedoeld dat iemand veel op zijn ouder(s) lijkt.)

Er zijn veel woordstrategieën. De drie meest voorkomende:

  • Een woord uit elkaar halen
  • Door een tekst te lezen waar het woord in staat, achter de betekenis zien te komen. Vaak kun je dat uit zinnen afleiden.
  • Of een woordenboek raadplegen

Hoe kunt u daarin het best motiveren?

Uw kind is van nature uit al heel nieuwsgierig. Denk maar eens aan de keren dat hij / zij aan u heeft gevraagd wat een woord betekend. U kunt er het best voor zorgen dat uw kind niet teveel nieuwe woorden in één keer aangeboden krijgt. Het werkt namelijk frustrerend voor uw kind om steeds woorden niet te kennen. Het natuurlijk aanbieden van nieuwe woorden, is volgens ons de beste manier.

Instructies

U kunt uw kind op verschillende manieren nieuwe woorden leren. Wanneer uw kind een nieuw woord tegenkomt, kunt u een plaatje van het voorwerp laten zien. Vaak is dit de beste manier, omdat er op deze manier een beeld aan gekoppeld zit.

Een andere manier is om een synoniem te gebruiken voor een woord. Een synoniem is een ander woord voor het woord dat u wilt uitleggen, maar wat hetzelfde betekent. Voorbeeld: portemonnee en portefeuille betekenen hetzelfde. Of het woord praktisch, dat betekent hetzelfde als handig.

Ook kun je bepaalde bewegingen uitbeelden. Bijvoorbeeld 'joggen', 'sluipen' en 'balanceren'. Of een omschrijving geven van het woord / voorbeeld geven. Daarbij leg je uit hoe het voorwerp eruit ziet of aanvoelt.

Wanneer uw kind wordt aangeraden om zijn / haar woordenschat te vergroten, is het verstandig om een woordenschatschrift aan te schaffen. Dit is een leeg schrift, dat u aan uw kind geeft. Wanneer uw kind in een boek (of ergens anders) een nieuw woord tegen komt en daar de betekenis niet van kent, schrijft hij / zij het woord op in dat schrift. Samen met uw kind kunt u dan de betekenis van het woord op gaan zoeken. Laat uw kind regelmatig het schriftje eens doorlezen of overhoor uw kind. Op deze manier blijven woorden hangen in het geheugen van uw kind en wordt de woordenschat vergroot.

Materiaal

Hierbij is veel verschillend soort materiaal te bedenken. Overal waar gesproken wordt of waar geschreven taal te vinden is, kunnen er nieuwe woorden door uw kind ontdekt worden.

Onze tip is om een leeg schrift en een pen voor uw kind aan te schaffen. Woorden waarvan uw kind de betekenis niet weet, schrijft uw kind op. Dit vergroot de woordenschat. Tevens is het een veel leukere manier om woorden te leren wanneer ze in natuurlijke situaties gevonden worden, dan door iedere keer op zoek te gaan naar nieuwe woorden.